dinsdag 3 december 2013
Taalattitudes bij kinderen
Voor het vak taalvaardigheden moesten we een enquête afnemen. Dit bij een kind uit de derde kleuterklas, een kind uit het tweede of derde leerjaar en een kind uit het vijfde of zesde leerjaar.
De opdracht bestond eruit een foto te tonen aan de kinderen en ze drie fragmenten te laten horen. Een man beschreef de foto kort. In het eerste fragment sprak de man algemeen Nederlands, in het tweede fragment tussentaal en in het derde en laatste fragment sprak de man dialect. Daarna moesten de kinderen antwoorden op enkele vragen.
De vragen voor het kind uit de kleuterklas waren:
Wie van de drie is een meester?
Wie van de drie woont in een groot huis?
Wie van de drie heeft zwarte schoenen?
Dit verliep wat moeizaam. Het kind verstond het niet zo goed. De kleuter vulde dus gewoon maar iets in.
Daarna was het de beurt aan het kind uit het derde leerjaar. Hiervoor nam ik een jongen uit mijn chiro.
Dit waren zijn vragen:
Wie van de drie is een meester?
Wie van de drie woont in een groot huis?
Wie van de drie heeft zwarte schoenen?
Wie van de drie helpt graag mensen?
Wie van de drie heeft veel vrienden?
Dit ging al wat beter de jongen verstond het. Maar het laatste fragment in het dialect verstond de jongen niet zo goed. Ook vond hij de vragen niet gemakkelijk, zo vroeg hij onder andere "Hoe kan ik nu weten welke schoenen die meneer draagt?" Ik moest lachen.
Het derde en laatste kind uit het zesde leerjaar had minder hulp nodig voor haar telden dezelfde vragen als van het tweede kind. Ze had minder hulp nodig, maar sommige woorden uit het laatste fragment verstond ze niet. Ze vulde soms ook gewoon maar iets in. Maar ze nam wel de tijd om er over na te denken.
Ik gaf de kindjes alle drie een snoepje als beloning!
Groetjes Juffrouw Channa
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten